© 2017 by Rob van Zon.

Kliermaag Dilatatie Syndroom KDS / PDD

Kliermaag Dilatatie Syndroom

Een berucht ziektebeeld bij veel soorten papegaaien en parkieten is het Kliermaag Dilatatie Syndroom, oftewel KDS. Bij dit ziektebeeld worden de bewegingen van het maagdarmkanaal steeds minder krachtig. Als gevolg hiervan raakt de maag steeds verder uitgerekt en wordt de vertering steeds slechter. Vaak zien we bij dit ziektebeeld dat vogels spiermassa verliezen en afvallen, terwijl ze vaak in het begin wel goed eten. Bij vogels die zaden eten kan opvallen dat er onverteerde stukjes in de ontlasting aanwezig zijn. Ook benauwdheid kan opvallen, net zoals braken, het niet legen van de krop, sloomheid en algehele malaise. Op lange termijn kunnen de vogels overlijden door o.a. verhongering of andere infecties..

De naam Kliermaag Dilatatie Syndroom stamt nog uit de tijd dat de oorzaak van PDD, namelijk een Bornavirus-infectie, nog niet bekend was. Tegenwoordig spreken we bij de Bornavirus-infectie voor de duidelijkheid liever van PDD (Proventricular Dilatation Disease). Dit om verwarring met andere mogelijke oorzaken van een verwijde kliermaag te voorkomen. Andere aandoeningen die een vergrote kliermaag kunnen veroorzaken zijn o.a. infecties van de maag (door bacteriën, Candida-gisten, Macrorhabdus ornithogaster/Megabacterie of parasieten), lood- of zinkintoxicatie, tumoren en ingeslikte "vreemde voorwerpen" (bijvoorbeeld een kluwen draadjes van speelgoed).

Proventricular Dilatation Disease (PDD)

Het Bornavirus veroorzaakt ontstekingen van de zenuwen naar het maagdarmkanaal, dat daardoor steeds slechter gaat bewegen. Hierdoor wordt de vertering steeds slechter en raakt de maag steeds verder uitgerekt. In onder andere de magen en de krop kunnen zich grote hoeveelheden voedsel ophopen. Ook andere zenuwen en de hersenen kunnen aangetast worden door het Bornavirus. Vogels kunnen hierdoor naast de hierboven genoemde klachten (braken/overgeven, afvallen, kropverlamming, etc.) last krijgen van o.a. een slechte coördinatie, evenwichtsstoornissen, epilepsie, verlammingen, jeuk en trillen.

Besmetting met het virus

Over de besmetting met het virus is nog niet alles bekend. Het wordt van vogel op vogel overgedragen, en mogelijk ook via de eieren. Niet elke vogel lijkt even vatbaar te zijn voor het virus. Ook binnen een groep met direct contact lijken niet alle vogels het virus bij zich te dragen.

Verloop na besmetting

Gelukkig wordt niet elke vogel die besmet raakt met het virus ziek. Sommige vogels hebben jarenlang positieve test-uitslagen en vertonen totaal geen klachten.

Diagnose

De afwijkingen aan het maagdarmkanaal kunnen door middel van röntgenfoto's, liefst na het ingeven van een contrast-vloeistof. Ook kan er een CT-scan worden gemaakt.

Het Bornavirus zelf kan op verschillende manieren worden aangetoond. Bij een levende vogel kan door de vogelarts / vogelspecialist bloedonderzoek worden gedaan (serologie, hierbij wordt er gekeken naar antistoffen tegen het virus), of kan er een PCR-test worden uitgevoerd op een uitstrijkje van de krop en/of cloaca. Beide tests zijn niet 100% betrouwbaar. Serologie is de betrouwbaarste methode. De interpretatie van de uitslagen is lastig, omdat het feit dat het virus aanwezig is in het lichaam, niet perse hoeft te betekenen dat de klachten die een vogel heeft ook daadwerkelijk door het virus veroorzaakt worden! Het is daarom bij verdenkingen op PDD essentieel om de andere mogelijke oorzaken van de klachten uit te sluiten. 

Wanneer alleen de PCR positief is en er contact is met andere vogels, is het raadzaam om na 6 weken de test te herhalen. De vogel moet gedurende deze 6 weken in quarantaine worden gezet. Op deze manier kan worden uitgesloten dat de PCR positief was door contaminatie vanuit de omgeving of door materiaal van een andere vogel. Een positieve serologie-uitslag bewijst wel altijd dat de vogel zelf besmet is (geweest).

Behandeling

Momenteel is er geen genezende therapie voor PDD. Wel kan er met bepaalde ontstekingsremmers geprobeerd worden om de ontstekingen van de zenuwen af te remmen. Daarnaast kunnen secundaire infecties door bijvoorbeeld bacteriën, Candida-gisten of "Megabacteriën"(Macrorhandus ornithogaster) onderdrukt worden. Als de vertering slechter wordt, kan het geven van licht verteerbare voeding zoals pellets helpen om voldoende voedingsstoffen binnen te krijgen. Op lange termijn gaan kromsnavels die eenmaal een verminderde maagdarmfunctie hebben door PDD verder achteruit en komen ze helaas te overlijden.